Verzet Pekela

Het verzet in de Pekela's

Het verzet in Oude en Nieuwe Pekela kent vele gezichten. Van een aantal opgepakte en omgekomen verzetsmensen is bekend dat ze handelden uit ideologische of religieuze overtuigingen. Lid zijn van of sympathiseren met de de verboden Communistische Partij Nederland was voor de Sicherheitsdienst voldoende grond om iemand te arresteren. Het katholieke of protestantse geloof bleek voor een aantal onverenigbaar met de nieuwe regels en wetten. En dan waren er nog de individuele beslissingen om in het verzet te gaan.

Het verzet in de Pekela's

De communisten zijn met hun verzetsblad Noorderlicht bijzonder actief. Niet alleen in Oost-Groningen, maar in heel Noord-Nederland wordt het blad illegaal verspreid. Al in het begin van de oorlog, tussen maart en oktober 1941, arresteert de Duitse bezetter colporteurs van het blad. In Oude Pekela moeten vijf communisten hun bijdrage aan het verspreiden van Noorderlicht uiteindelijk met de dood bekopen.

Communisten

Hindrik Wiekens is de centrale figuur bij de verspreiding van Het Noorderlicht. Het blad komt eerst bij hem terecht, en wordt daarna door anderen weer verder over de Pekela’s verspreid. Na de Februaristaking in 1941 besluiten de Duitsers korte metten te maken met het communistische verzet in Groningen. Eerst pakken ze de leiders, waaronder Hindrik Wiekens: hij wordt op 7 maart 1941 van huis gehaald en gevangen gezet in Scheveningen. Wiekens wordt via Amersfoort naar werkkamp Buchenwald gestuurd. Hij overlijdt daar op 22 april 1942.

Ondertussen gaat zijn vrouw Martha Drent door met de verspreiding van Het Noorderlicht. Ook zij wordt opgepakt en naar Scheveningen gebracht, maar uiteindelijk weer vrijgelaten. In september 1941 worden de overige verspreiders van Het Noorderlicht gearresteerd. 

De eerste die gearresteerd wordt is Albert Bos, op 3 september 1941. Hij staat bekend als arbeider en is lid van de Communistische Partij Nederland (CPN). Albert weet na zijn arrestatie te ontsnappen, maar het mag niet baten: op 27 oktober 1941 wordt hij alsnog door de Sicherheitsdienst ingesloten. Via Amersfoort en Buchenwald komt hij in het SS-werkkamp Gross-Rosen terecht. In dat werkkamp verrichten de gevangenen zware dwangarbeid in de granietmijnen. De voedselrantsoenen zijn slecht en de kampbewaking is keihard. Dit alles wordt Albert op 2 augustus 1942 fataal. Hij overlijdt op 29-jarige leeftijd.

Ook George Steinfelder verspreidt tijdens de oorlog illegale pamfletten en het Het Noorderlicht in de Pekela’s. Op 10 september 1941 – net op het moment dat zijn moeder hem een bord warm eten geeft - rijdt een overvalwagen voor en wordt George gearresteerd. Zijn eten moet hij laten staan. George komt in Kamp Buchenwald terecht, waarna hij wordt overgeplaatst naar Nordhausen, vlakbij Buchenwald. Lang blijft hij vechten tegen de ontberingen en de anti-communistische pesterijen, maar in het zicht van de bevrijding sterft George Steinfelder op 7 maart 1945 op 31-jarige leeftijd.

Kornelus Baas is een ander lid van de Groep Noorderlicht. Voor de oorlog is hij raadslid voor de Communistische Partij Nederland (CPN) in Oude Pekela. Kort na de bezetting verbieden de nazi's de CPN en Baas moet aftreden. Zijn collega Geert Bruintjes mag wel in de raad blijven zitten: hoewel hij geen lid is van deCPN komt hij wel voor deze partij in de gemeenteraad, als onafhankelijk kandidaat. Maar uiteindelijk moet hij op 16 januari 1941 toch het veld ruimen - na enig aandringen van de toenmalige burgemeester van Pekela.

Bruintjes helpt in die tijd mee met de verspreiding van illegale blaadjes, waaronder het communistische Het Noorderlicht. Hiervoor wordt hij op 9 september 1941 gearresteerd. Via de werkkampen Amersfoort en Buchenwald komt Geert uiteindelijk in het Poolse kamp Gross-Rosen terecht. Daar overlijdt hij op 15 juni 1942.

Kornelus Baas wordt op 10 september 1941 opgepakt en voor verhoor meegenomen naar het Scholtenhuis in Groningen. Na hardhandige ondervraging wordt hij getransporteerd naar de concentratiekampen Buchenwald en Dachau. Vandaar belandt hij in het werkkamp Flossenbürg in Oost-Beieren. De gevangenen moeten daar onder erbarmelijke omstandigheden werken in de steengroeven. Ze hakken blokken graniet uit en werken zich vaak letterlijk dood. Kampbeulen voeren folteringen uit. Een geliefd ‘spelletje’ is het natspuiten van de gevangenen in de winter, net zolang tot hun ledematen bevriezen. Baas sterft op 22 maart 1943 en wordt ter plekke gecremeerd. Zijn vrouw krijgt te horen dat ze tegen betaling de as van haar man kan ontvangen, maar ze weigert. Wie verzekert haar dat dat hoopje stof niet van een ander is, zo redeneert ze. 

Geloof

Verzet is er ook om godsdienstige redenen. Katholiek, hervormd, gereformeerd of baptist, gehoorzaamheid aan het Woord van God is onverenigbaar met de ideologie en daden van het Hitler regime, zo is de redenatie. En dus verzetten velen zich tegen de Duitse bezetter, ieder op zijn eigen wijze. In Oude en Nieuwe Pekela worden twee verzetsmensen met een katholieke en zes met een protestantse achtergrond slachtoffer van het naziregime.

De katholieke slager Adolf Lukken verzet zich op zijn eigen manier tegen de Duitse bezetter. Hij helpt onderduikers aan vlees en slacht illegaal. Lukken is bevriend met zijn Joodse collega-slagers de Levie en Stoppelman. Als zij in kamp Westerbork belanden, bezoekt hij hen meermalen. Hij brengt hen boodschappen over van hun vrouwen, die dan nog in Pekela verblijven en verstrekt de mannen wat voedsel. Niet veel later wordt Adolf zelf opgepakt, waarschijnlijk na verraad door een buurvrouw. De vrouw zou gezien hebben, dat hij vleesafval verborg in de tuin.

Adolf, vader van acht kinderen, zit op diverse plaatsen in Nederland gevangen: Winschoten, Scheveningen (Oranjehotel) en Rotterdam. Dan wordt hij overgebracht naar Siegburg en Rockenberg in Duitsland. Hij loopt vlektyfus op en bezwijkt een dag na de bevrijding van Nederland in Butzbach.

Abel Sanders is eveneens katholiek. Hij is bouwkundig tekenaar van beroep en actief in de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO). Hij staat in de illegaliteit bekend als ‘Koos Sanders’. Op 29 mei 1942 verhuist Abel naar de stad Groningen, waar hij aan de slag gaat bij het Nationaal Steunfonds (NSF), een organisatie die zorg draagt voor de financiering van het verzet. Daarnaast zou hij lid zijn van knokploeg Diephorst.

Al die ondergrondse activiteiten komen Abel duur te staan. Op zijn 25-ste verjaardag, op 15 maart 1945, wordt hij gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Groningen. Nog geen maand later, op 10 april 1945, wordt hij in Bakkeveen gefusilleerd, tegelijk met nog negen andere gevangenen, waaronder De Ploeg-kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman. Slechts een paar dagen na hun dood wordt de stad Groningen door Canadese troepen bevrijd.

Harm Heijes
Harm Heijes

Harm Heijes werkt op een houtfabriek. Tijdens de oorlog gaat hij als illegaal werker aan de slag in Groningen en in de Achterhoek. Hij helpt onderduikers en is lid van een knokploeg . Binnen de ondergrondse hanteert Harm de schuilnamen ‘Harry A. van Rhenen’ en ‘Kleine Wim’.

Harm Heijes loopt op 8 maart 1944 tegen de lamp, als hij door de Sicherheitsdienst naar Groningen wordt gelokt. Op een door de SD bezet adres wordt hij gearresteerd. Via het beruchte Scholtenshuis komt Harm in Amersfoort terecht. Daar krijgt hij bunkerstraf: hij wordt in een bunker gestopt waarin hij niet kan staan, maar ook niet kan zitten. In een constant gebogen houding staat hij in een laag water. Ondanks deze marteling wil Harm niemand verraden en hij wordt ter dood veroordeeld. Tegenover zijn verhoorders verklaart Harm, die gereformeerd is, dat hij volkomen bereid is te sterven voor zijn geloof. Op 22 augustus 1944 wordt hij in kamp Vught gefusilleerd.

Met zijn broer Folko verzet Jan Koolhof zich tegen de Duitse overheersers. Ze sluiten zich aan bij knokploegen en zien bij hun acties geen gevaar. Eind ‘44 zitten de broers ondergedoken in de baptistenkerk in Nieuwe Pekela, in een ruimte onder de preekstoel. In de nacht van 26 op 27 oktober 1944 doen de SD en de Landwacht een inval in de kerk. Folko is op dat moment op bezoek bij dominee De Neef, die naast de kerk woont. Hij kan via een achterraam ontsnappen. Broer Jan wordt gevonden en gearresteerd en ook koster Harm Van der Laan moet mee voor verhoor in het ’Weverhuis’ in Nieuwe Pekela. De beruchte SD’er Robert Lehnhoff leidt persoonlijk het verhoor.

Ondanks martelingen laten de mannen niets los. Wellicht weet de koster ook helemaal niet dat de broers Koolhof in het verzet zitten en in de kerk een schuilplaats hebben. De Duitsers lijken dat niet te geloven. Als het verhoor niets oplevert, nemen ze Van der Laan en Koolhof mee en schieten ze langs de kant van de weg dood: Jan Koolhof bij de Zuidwendingerweg, Harm van der Laan op de Onstwedderweg.

Verzet omdat het moet

Soms is het verzet niet ideologisch getint, maar spelen individuele motieven een rol.

Freerk, of Freerik, Walters werkt als jonge politieman in de Pekela’s. Tijdens zijn dienst helpt hij onderduikers. Op 13 januari 1945 wordt hij gearresteerd. Negen dagen later wordt hij, met nog 19 willekeurig opgepakte mannen, in Dokkum gefusilleerd. Deze moordpartij is een represaille voor een bevrijdingsactie van het verzet, waarbij eerder twee Duitse officieren omgekomen zijn. Freerk Walters is op het moment van zijn overlijden 19 jaar oud.

De student Johannes Dijkhuis zit diep in het verzet in Groningen. Zijn schuilnaam is ‘Zwarte Joop’. Op 3 november 1944 probeert Johannes de rivier de Waal over te steken, om berichten over te brengen naar het bevrijde zuiden van Nederland. Vermoedelijk is hij daarbij verdronken.

Klaas Drent is landarbeider in Nieuwe Pekela. Net als zijn ouders, Albert Drent en Eppien Knigge, woont hij op de Wildeplaats. De ongehuwde Klaas komt in aanraking met het verzet. Hij wordt opgepakt, waarna hij in concentratiekamp Neuengamme terecht komt. Daar overlijdt hij op 13 januari 1943. Hij is dan 22 jaar oud.

De chauffeur Roelf Korvemaker verspreidt tijdens de oorlog illegale blaadjes en geeft financiële steun aan de illegaliteit. Op 20 mei 1943 wordt hij al eens opgepakt, maar later weer vrijgelaten. Als gevolg van de praatjes van een loslippige evacué wordt Roelf alsnog ontmaskerd. Hij wordt opnieuw gearresteerd op 28 november 1944 en komt terecht in een werkkamp in het Duitse Lahde. Daar wordt hij op 21 maart 1945 doodgeslagen.

Derk Müller is de zoon van Wietse Müller en Derkie Nolder. Net als zijn vader Wietse is Derk actief in het verzet. Beiden worden gevangen genomen en komen te overlijden als gevolg van de ontberingen die ze hebben moeten doorstaan. Vader Wietse overlijdt op 5 oktober in een kamp in de buurt van Hannover. Zoon Derk maakt nog wel de bevrijding mee, maar is zo verzwakt dat hij na thuiskomst in Nieuwe Pekela op 28 juni 1945 alsnog overlijdt. Hij is dan 24 jaar oud. Op zijn grafsteen staat: ‘Hij en zijn vader zijn gevallen door Duitsche naziterreur'.

Wrede SD

In de hele provincie Groningen komen 393 verzetsmensen om. Dat is 20 procent van het totale aantal verzetsmensen in Nederland. Dat dit percentage zo hoog is komt door het buitengewoon wrede optreden van de SD in Groningen. In de beide Pekela’s worden 16 verzetsmensen gedood. Dat is voor een kleine gemeente als Pekela veel.

Kornelus Baas
Albert Bos
Geert Bruintjes
Johannes Dijkhuis
Klaas Drent
Harm Heijes
Jan Koolhof
Roelf Korvemaker
Harm van der Laan
Adolfus Hendrikus Lukken
Derk Müller
Wietse Müller
Abel Petrus Bernardus Sanders
George Steinfelder
Freerk Walters
Hindrik Wiekens

Gevallenen in de Pekela's voor wie een Stolperstein is gelegd.

Reacties

Nog geen reacties

Reageren is uitgeschakeld