Joodse gemeenschap Haren

De Joodse gemeenschap in Haren

In Haren overleven 33 Joodse inwoners de holocaust niet. Voor 29 van hen zijn door de commissie WAM Stolpersteine gelegd.

De Joodse gemeenschap in Haren
Joden in Haren: De jonge Ruth Kottek met Oma Loeb en moeder Anneliese. Ruth overleefde de oorlog, haar moeder niet. - Rechten foto: Wil Legemaat

Voor de oorlog heeft Haren een kleine, bloeiende Joodse gemeenschap van zo’n zestig personen. Na de Duitse inval worden deze mensen eerst getroffen door allerlei discriminerende maatregelen en vanaf 1942 worden ze weggevoerd uit hun woonplaats.

Dat wegvoeren van de Joodse gemeenschap gebeurt in Haren in drie golven. Eind juni 1942 moeten alle mannen tussen de 18 en 55 jaar van Joodse afkomst zich melden voor tewerkstelling in Westerbork. Elf mannen geven aan deze oproep gehoor, waarvan er tien uiteindelijk worden goedgekeurd. Het merendeel van deze mannen wordt op 15 juli 1942 op het eerste transport naar Auschwitz gezet. Geen van hen zal het overleven.

Een veel grotere groep Joodse inwoners van Haren wordt opgepakt tijdens een  razzia in de Sabbatsnacht van 27 op 28 november 1942. De meesten van hen worden via Westerbork naar de vernietigingskampen Sobibor of Auschwitz getransporteerd.

Judenfrei

Een laatste razzia vindt plaats in februari 1943, na een aanslag op een SS’er. De Joden die op dat moment nog enige privileges hebben, zoals medewerkers van de Joodse Raad in Groningen, verliezen deze en worden ook op transport gezet. In het voorjaar van 1943 verklaart de bezetter Noord-Nederland Judenfrei

Van de 63 geregistreerde Harense Joden overleven 33 de Holocaust niet. Dertig anderen weten tijdens de oorlog onder te duiken of overleven de kampen.

Reacties

Nog geen reacties

Reageren is uitgeschakeld