Stolpersteine

1914-1945

Anda Kerkhoven: pacifist, student, verzetsvrouw

'Geen tiran zal mij kunnen dwingen, hem te gehoorzamen'

Op een okerkleurig portret van de bekende Groningse De Ploeg-schilder Johan Dijkstra prijkt een jonge studente met duidelijke Aziatische gelaatstrekken: dikke wenkbrauwen, volle lippen en pikzwart haar. Het heeft in eerste instantie iets exotisch, maar hoe langer je naar het olieverfschilderij kijkt, des te meer vragen het oproept. Wat straalt deze vrouw uit? Vastberadenheid? Tederheid? En waar zat ze aan te denken? Wat is de achtergrond van deze dame en waarom werd juist zij als model gekozen?

De achtergronden van dit portret tot ons nemend, leert dat Dijkstra het portret in 1940 vervaardigde. De geportretteerde is Anda Kerkhoven, studente medicijnen. Anda’s bijzondere gelaatstrekken, complexe karakter en uitgesproken wereldvisie, die Dijkstra in dit portret zo magistraal uit de verf laat komen, worden Anda tijdens de oorlog fataal. Ze raakt betrokken bij het verzet tegen het Duitse regime, wordt verraden en door de bezetter in 1945 nabij Glimmen gefusilleerd.

De familie Kerkhoven laat in de Groningse en nationale geschiedenis meerdere voetsporen na. In Groningen is de patriciaatfamilie bekend dankzij Johannes Kerkhoven (1783-1859), die poogde de woeste Dollardregio middels inpoldering te temmen. De Johannes Kerkhovenpolder nabij Termunten is nog steeds een blijvende herinnering aan de turbulente strijd tegen het water. Sterker nog, de kwelder is iconisch voor het Groningse landschap geworden.

De familie Kerkhoven pacht ook grond voor theeplantages op Java. Zo figureert de kleinzoon van Johannes, Rudolf, als hoofdpersoon in Hella Haasse’s meesterwerk Heren van de thee. Zijn jongste zoon Eduard Julius, Anda’s opa, komt ook in de historische roman voor. Haasse’s roman geeft een gedetailleerde weergave van het leven van de familie op de plantages en beschrijft bijna poëtisch de omgeving waarin Anda later zou opgroeien: 'diepe plooien in de aardkost, een draperie van dicht woest groen over een rustend reuzenlichaam. […] [K]aarsrechte gladde stammen van tientallen rasamala’s staken blinkend af tegen het donkere oerwoud waar hun kruinen zich torenhoog boven verhieven.'

Waar het boek van Haasse ophoudt, begint het verhaal van Anda. Mélisande Tatiana Marie Kerkhoven wordt geboren op 10 april 1919 tijdens een vakantie in het Franse Saint Cloud. Ze krijgt veel uiterlijke kenmerken mee van haar Chinese oma: klein, atletisch, maar sterk en onvermoeibaar.

Op de thee- en rubberonderneming van haar vader Adriaan groeit ze op. Tegen het decor van het door Haasse zo tastbaar beschreven oerwoud, waar de onderneming zich tussen bevindt, ontwikkelt Anda een grote liefde voor de natuur. Ze besluit vegetariër te worden. Daarmee zet ze zich af van haar vader, een bevlogen jager.

Naar Groningen

Anda groeit op als een principiële, eigenzinnige jonge vrouw met sterke pacifistische overtuigingen. Ze studeert medicijnen in Batavia, maar als ze daar geen dispensatie voor de vivisectie (het snijden in levend weefsel ) krijgt, vertrekt ze in 1938 naar Groningen. De Rijksuniversiteit Groningen verleent haar deze dispensatie wel. De dan 19-jarige studente sluit zich in Groningen aan bij vrouwenvereniging Magna Pete en de Sociaal Democratische Studenten Club. Binnen deze verenigingen heeft ze de mogelijkheid om haar gedachtegoed uit te dragen. Al vroeg schrijft de studente voor universiteitsblad Der Clercke Cronike. Zo heeft Anda een duidelijke mening over de vervolgingen van de Joden in Duitsland. In 1938 spreekt ze al van 'massakrankzinnigheid' van het Duitse volk, waar Jodenvervolging volgens haar door 'de meerderheid van de bevolking wordt goedgekeurd.'

'uw staatsgevaarlijkheid'

Na de Duitse inval van Polen in september 1939 en het uitbreken van de oorlog neemt de discussie over zelfverdediging toe. Anda pleit, geheel op haar eigen wijze, voor een consequent pacifisme: 'Geen tiran zal mij kunnen dwingen, hem te gehoorzamen, maar evenmin om moreel zelfmoord te plegen door tegen hem of zijn slaven strijdmethoden te gebruiken die ik verafschuw.' Veel lezers kunnen zich niet vinden in Anda's betogen. Haar oproep om de vijand niet te verketteren, maar juist proberen te begrijpen, leidt regelmatig tot ergernissen bij haar medestudenten. Student geneeskunde Abe Jan Koldijk reageert het felst van allemaal. Hij spreekt zich uit van de hoop 'dat onze Nederlandse regering haar taak in deze moge zien, en volksverraadsters, gelijk u er een is, een isolatie zal bezorgen, die bij de graad van uw staatsgevaarlijkheid past.'

Anda houdt naast het schrijven ook van tekenen. Via tekenclub 'Die Linetreckers' komt Anda in contact met de kunstenaar Johan Dijkstra. De tekenclub is net als Magna Pete een onderdeel van Vindicat. Dijkstra treedt op als docent voor de tekenliefhebbers. De kunstenaar en zijn studenten tekenen wekelijks modellen die ze uit eigen kring selecteren. Dijkstra ziet wel iets in Anda en laat haar veelvoudig door zichzelf en zijn studenten portretteren. Het resulteert in een levendige reeks schilderingen van Dijkstra's hand, waaronder bovenstaand portret, tegenwoordig eigendom de De Ploeg-collectie van het Groninger Museum.

Groep 'De Groot'

Het is gezien de achtergrond van Anda niet verwonderlijk dat zij tijdens de oorlog in het verzet terecht komt. Dankzij haar uitgesproken karakter en socialistisch-pacifistische ideologie, in combinatie met de contacten uit de politieke en kunstzinnige kringen, komt Anda in contact met verzetsgroep De Groot. Aan de leiding van de groep staat Gerrit Boekhoven en zijn vriendin Dinie Aikema. Gerrit is de eigenaar van de Noord Nederlandse Clichéfabriek. Groep De Groot richt zich op het pacifistische verzet: het falsificeren van documenten, onderbrengen van onderduikers en het verspreiden van voedselbonnen en pamfletten. Anda opereert als koerierster en typt tot diep in de nacht illegale vlugschriften.

Groep De Groot bestaat uit een aanzienlijke groep betrokkenen, zo'n 30 in totaal. Zo ook de huisbaas van Anda, Karel Hendriks. Anda raakt in de oorlogsjaren bevriend met de familie Hendriks. In 1943 picknickt ze bijvoorbeeld samen met de familie in een grasland ergens in de buurt van Norg. De foto die van deze gelegenheid is gemaakt, is een van de laatsten. Eind 1944 wordt groep De Groot verraden en vrijwel geheel opgerold.

Martelingen in het Scholtenhuis

De Sicherheitsdienst doet op 27 december 1944 een inval bij huize Hendriks waar ze Anda arresteren. Karel, die de oorlog zal overleven, schrijft in het blad 'Vonk' over deze huiszoeking: '27 December '44. 's avonds kwart over zeven, 4 brutale S.D.-mannen zitten thuis op haar te wachten, ze doorzoeken het huis intussen. Om acht uur komt Anda thuis, ze wordt met getrokken revolvers ontvangen en gefouilleerd. ''Die onnozele kerels denken, dat alleen terreur met terreur bestreden kan worden.”' Haar naam is enkele dagen daarvoor opgedoken bij een huiszoeking in de woning van verzetspersoon Aris Heijdenrijk, waar de SD een aantal belangrijke documenten onder de vloer vindt. Ze interneren Anda in het Huis van Bewaring, waar ze met haar vrouwelijke medegevangenen nog een kleedje borduurt.

De Aziatische gelaatstrekken van Anda maken van haar een makkelijk doelwit voor de beulen in het Scholtenhuis. Haar ondervragers foeteren haar uit voor 'Katjang' (aardnoot) en de ondervragingen van Anda zijn vreselijk gewelddadig. De SD sluit Anda op in een bordenkast tussen de planken of deelt stokslagen uit tot haar rug zwart ziet van de bloeduitstortingen. Soms verliest ze haar bewustzijn waardoor de mishandelingen kortstondig staken, om later in alle hevigheid te worden hervat. Anda is echter onvermurwbaar. Tot grote frustratie van haar ondervragers zwijgt ze. En dus blijven de stokslagen vallen.

Na Anda arresteert de SD op 12 januari 1945 ook Gerrit en Dinie, alias meneer en mevrouw De Groot. Onder grote druk van haar ondervragers begint Dinie te praten. Ook over Anda. En dan vallen de puzzelstukjes op zijn plaats. Anda Kerkhoven wordt op 19 maart 1945 bij natuurgebied Appèlbergen door SD-handlanger Meindert Vonk doodgeschoten. SD-handlanger Harm Bouman brengt een dag later Dinie Aikema op de zelfde plaats om het leven.

Nalatenschap

Het grote deel van de ongeveer 30 leden tellende groep De Groot overleeft de oorlog niet. Bert Hiemstra wel. Hij vertelt zijn verhaal in 'Het onderduikkamertje van Bert Hiemstra.' Ook Joop Bitter overleeft als een van de weinigen van groep De Groot de oorlog. Over zijn verzetswerk vertelt hij in het verhaal 'In die tijd liep je elke dag risico op straat.' Na de oorlog wordt Anda herbegraven op de Noorderbegraafplaats en later op het Ereveld te Loenen. Het graf van Gerrit Boekhoven is wel te vinden op de Noorderbegraafplaats. Op zijn grafzerk prijkt de tekst: 'brijzelt het juk der tirannen'. Schilder Johan Dijkstra overleeft de oorlog en zal later Anda vereeuwigen in de glas-in-loodramen van het academiegebouw. De universiteit vermeldt haar ook op één van de herdenkingsstenen van het academiegebouw. Sinds 2016 ligt er voor Anda ook een Stolperstein in Groningen, te vinden aan de De Ranitzstraat 3.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt